De komende maanden werk ik ongeveer twee dagen per week aan mijn pigmentonderzoek. In de eerste fase ontwikkel ik een robuust en reproduceerbaar proces om rood kraplak uit meekrap te maken, in meerdere roodtinten. Daarbij onderzoek ik onder meer de voorbehandeling van de wortel, temperatuur, zuurgraad (pH), mordant, tijd en andere factoren die kleur, lichtvastheid en opbrengst beïnvloeden. Op dit moment is opbrengst niet de belangrijkste parameter, al weegt die wel mee in de keuzes die ik gaandeweg maak.
Ik voer dit onderzoek uit vanuit een achtergrond van ruim 35 jaar ervaring op kwaliteitsafdelingen binnen de life sciences. Dat is een omgeving waarin je nauwkeurig werkt, volgens vaste protocollen en met zorgvuldige vastlegging. Die discipline neem ik mee in dit traject, waar dat toegevoegde waarde heeft. Door het onderzoek strak te structureren, consequent te documenteren en de data te analyseren, ontstaat stap voor stap een betrouwbaar extractieproces.
Deze kennis draag ik ook over tijdens één van de workshops die we in het atelier organiseren. Het helpt jou als kunstschilder om zelf de mooiste verf te maken volgens historische recepten.
Heb je vragen? Laat het me gerust weten.

We maken in het atelier pastelkrijt volgens historisch recept. Gisteren bijvoorbeeld een batch met Venetiaans rood. Dat is een prachtig, diep roest-rood pigment, maar ook een uitdagende om echt goed krijt te krijgen.
Venetiaans rood valt onder de ijzeroxide-pigmenten. Zulke pigmenten zijn vaak compact en zwaar en hebben als losse deeltjes een ronde vorm en glad oppervlak, waardoor ze relatief weinig bindmiddel opnemen. In de praktijk betekent het dat je met de gom heel precies moet doseren. Als er net iets te veel gom in de massa zit, kan die gom een dunne, gladde film vormen rondom het pigment. Het krijt wordt dan harder en krijgt een ‘glasachtig’ gedrag.
En dat wil je niet. Want goed pastelkrijt moet juist gul zijn. Het moet kleur afgeven, zich laten vegen en zich als het ware schilderachtig laten verplaatsen over het papier. Niet over de toplaag/het papier heen glijden, maar pakken, poederen en meewerken.
Wist je dat de kinderen van het Kinderkunstatelier pastelkrijt “veegkrijt” noemen? Niet voor niets. Dat vegen is precies wat het krijt met gemak moet kunnen. Het is een heerlijk materiaal om mee te tekenen, juist omdat je kunt opbouwen, verzachten, uitwrijven en laag over laag kunt werken.
Een kleine geschiedenis over Pastelkrijt
Pastel is pigment, wat champagnekrijt, met maar een klein beetje bindmiddel, net genoeg om het poeder tot een stevig stokje te vormen. Die directe, matte kleurkracht is al eeuwenlang geliefd. In de achttiende eeuw werd pastel een volwaardig medium, vooral in portretkunst. Later, in de negentiende eeuw, werd pastel opnieuw explosief interessant, juist doordat kunstenaars het niet langer als “tekening in kleur” behandelden, maar als een volwaardig schilderachtig materiaal.
Een van de bekendste namen daarin is Edgar Degas. Hij gebruikte pastel intensief en experimenteerde voortdurend met lagen en ondergronden om meer diepte, spanning en huid in zijn werk te krijgen. Interessant is dat kunstenaars in die tijd ook heel concreet invloed hadden op de makers van hun materialen. Pastelhuizen in Parijs gingen steeds meer meedenken met schilders. Ze wilden krijt dat lichtkrachtig was, goed hechtte en zich liet opbouwen zonder dat alles meteen vast stond. Degas stond bekend als een kunstenaar die bleef zoeken naar precies die balans. Genoeg hechting om te kunnen stapelen, maar zonder dat het werk dof werd of ‘dicht’ sloeg.
En eigenlijk is dat precies waar wij in het atelier, aan onze eigen werktafel, óók steeds op uitkomen. Pastelkrijt vraagt om balans. Net genoeg gom om een goed stokje te maken, maar niet zoveel dat het krijt zijn poederige leven verliest.
Wil je dit zelf leren? In onze workshop Ambachtelijk verf maken leer je stap voor stap hoe je zelf van pigment. krijt en bindmiddel verschillende soorten verf én krijt maakt, volgens historische uitgangspunten en met praktische keuzes die het verschil maken in kleurkracht, veegbaarheid en gebruik.
Bronnen:
La Maison du Pastel (historie, 1879 en kunstenaarswensen).
Degas en fixatief (conserveringscontext).
Degas en stoomtechniek (laagopbouw).
Reuters over Degas als vaste klant van Roché-pastels (historische anekdote).

Vandaag vond op maar liefst 15 locaties de lancering plaats van de Bossche pas. Atelier De Heerlijkheid was één van die locaties waar de pas feestelijk in gebruik werd genomen. Met de pas krijg je gratis, of met veel korting, toegang tot allerlei activiteiten in de gemeente 's-Hertogenbosch. Op dit moment doen al 75 organisaties mee, waaronder enkele musea, restaurants en sportverenigingen. Een Bossche Pas kost €45,- voor volwassenen en €15,- voor kinderen en is gratis voor de laagste inkomens.
Atelier De Heerlijkheid geeft met de Bossche Pas korting op rondleidingen door de verftuin en atelier en korting op proeflessen voor het Kinderkunstatelier. Meer informatie en hoe het werkt vind je op de website van de Bossche Pas.
Zien we jou, met of zonder Bossche Pas, binnenkort in het atelier?

In ons laboratorium doen we onderzoek naar het winnen van pigment uit planten. Wist je dat er tientallen factoren zijn die uiteindelijk bepalen welke kleur je krijgt en hoeveel pigment je overhoudt? Denk aan het weer in het voorjaar, het precieze oogstmoment (zelfs het tijdstip op de dag) en natuurlijk de manier waarop je extraheert.
Met dat extractieproces ga ik de komende tijd heel gericht aan de slag. Voor dit onderzoek is zelfs een subsidie toegekend. Dat is niet alleen interessant vanuit chemie en techniek, maar ook vanuit erfgoed: het helpt om een ambacht levend te houden.
Wij maken pigmenten zoals Vermeer en Rembrandt dat ooit deden. Tegelijkertijd is een groot deel van de pigmenten die je vandaag op de markt vindt synthetisch gemaakt. Juist daarom is het zo waardevol om de natuurlijke routes opnieuw goed te begrijpen, te verbeteren en te bewaren.

Ik begin gewoon. Hardop denkend, al schrijvend.
Ik werk aan een groot project over een meisje: Czesława. Daar schrijf ik later uitgebreider over, of ik maak er een filmpje bij. Nu schilder ik haar op een manshoog doek, als bruidje. In mijn hoofd is dit bijzonder sterke meisje een bruidje geworden.
Ze staat erop. De houding klopt: ingetogen, niet poserend, en toch stralend, zonder dat ze weet dat wij naar haar kijken. Ze moet zacht én sterk worden. Ik werk graag met grote licht-donker contrasten en de basis staat nu stevig. Alles moet kloppen, maar ik wil niets afdwingen. Het voelt alsof ik haar tevoorschijn schilder, alsof ze onder mijn handen ontstaat uit wat ik in mijn hoofd heb, wat ik droomde, schetste en zag.
Mijn inspiratie is haar verhaal, maar ook mijn eigen verhaal met haar. En een klein weegbreebloempje dat ik vond. Weegbree draagt een kroontje van witte bloempjes, bijna als een lichtkrans. Daarmee wil ik Czesława kronen. Later, toen ik meer over haar leven zocht, bleek het ook te passen. Als bruidje zou ze een krans dragen van gevlochten stro en vlas. Nu zoek ik de balans tussen haar als figuur en die kroon van licht. Eigenlijk gaat het om de kroning. Ik wil haar geven wat zij mij liet zien. Kracht en waardigheid. Morgen breng ik haar figuur met transparante, donker glacerende lagen verder naar de achtergrond. Spannend, maar alleen met donker laat ik het licht spreken. En als het niet klopt, veeg ik het weg. Dat is het fijne aan olieverf.
